Rekenen

Rekenen is een noodzakelijke basisvaardigheid voor alle leerlingen. In het kader van een algemene niveauverhoging van rekenen zij landelijk de referentiekaders voor rekenen ingevoerd. Hierin worden vier domeinen beschreven:          
- getallen
- verhoudingen
- meten en meetkunde
- verbanden
Het referentiekader beschrijft beheersingsniveaus van rekenen. Het kader geeft voor ieder niveau aan welke kennis en vaardigheden erbij horen. Het referentiekader rekenen bestrijkt alle onderwijsjaren/groepen op onze school.
Duidelijke, doorlopende leerlijnen rekenen en wiskunde beschrijven de weg die leerlingen afleggen bij het leren van rekenen en wiskunde.

Rekenen in Alfa-groep

Taal en rekenen zijn van groot belang om goed mee te kunnen doen in onze samenleving. Het is een taak van elke school om alle leerlingen goed te leren rekenen. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om de zorg in het rekenonderwijs beter af te stemmen op alle leerlingen. De hoofdmethode in deze groep is Startrekenen Instap - Rekenen tot 100. Deze methode is ontwikkeld voor leerlingen van 12 jaar en ouder met een zeer beperkte rekenvaardigheid. In Startrekenen ligt de nadruk op begripsvorming en het leren toepassen van de basisvaardigheden van rekenen. Elk hoofdstuk introduceert de rekenvaardigheid aan de hand van herkenbare situaties. Daarna worden de leerlingen begeleid van concreet naar formeel rekenen. Tot slot oefent de leerling met 'kale' sommen. Naast deze methode wordt er gebruik gemaakt van online-programma's zoals Rekenen voor Anderstaligen. Belangrijk is dat de leerlingen hun rekenvaardigheden voordurent blijven gebruiken. Rekenen moet je oefenen, net als taal.

Rekenen in de Start-groepen

Rekenen als vak wordt steeds taliger. Na de instroom-toets ligt de nadruk in het begin vooral op het aanleren van rekenwoorden, middels een rekenmethode voor anderstaligen. De belangrijkste methode is Deviant, maar daarnaast worden ook andere methodes gebruikt, uit zowel primair als voortgezet onderwijs, om variatie te bieden of specifieke onderdelen in te oefenen. Iedereen werkt op zijn eigen niveau. Hoewel in de startersgroepen natuurlijk iedereen beginnende taal-leerder is, zijn de verschillen in niveau en tempo groot.

Rekenen in de V-groepen

Rekenen en wiskunde komen aan bod in een breed scala aan schoolvakken. Een team in een school kan hiervan gebruik maken en delen van hun leerplan rekenen en/of wiskunde 'uitbesteden' aan andere vakken. Naast het gebruik van diverse methodes en lesmateriaal is Startrekenen de hoofdmethode die een bijdrage levert aan het bereiken van het gewenste rekenniveau voor alle leerlingen na het basisonderwijs. De methodegebonden hoofdstuk- en domeintoetsen worden aangeboden op 1F, 2F en 3F niveau. De leerlingen volgen hun eigen leertraject en werken op hun eigen niveau. 

Rekenen in de MBO schakelgroep

De leerlingen met een MBO uitstroomperspectief maken gebruik van de methode Nu Rekenen 1F/2F en Moderne Wiskunde Rekenen 2F. Op het moment dat ze aan rekentoets toe zijn, worden ze aangemeld voor een IVIO rekenexamen. 

Rekenen voor leerlingen die uitstromen naar Regulier Voortgezet Onderwijs

De leerlingen die naar het reguliere VO onderwijs gaan uitstromen, dienen op het gebied van wiskunde kennis en vaardigheden te hebben. Aangezien de groepen veelal samengesteld worden op basis van het niveau Nederlands dat de leerlingen beheersen, zijn de niveauverschillen binnen de groepen voor dit vak vaak erg groot. Differentiëren is dan ook van groot belang. De gebruikte methoden komen uit zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs en sluiten aan bij de methode die gebruikt wordt op de school waar de leerlingen naar toe instromen. De docenten stellen de individuele leerprogramma's samen, waarbij er ook rekening gehouden wordt met de kennisniveauverschillen van rekenen, wiskunde, Nederlands en het verwachte instroomniveau van de toekomstige school. 

Rekenen is een noodzakelijke basisvaardigheid voor alle leerlingen. In het kader van een algemene niveauverhoging van rekenen zij landelijk de referentiekaders voor rekenen ingevoerd. Hierin worden vier domeinen beschreven:          
- getallen
- verhoudingen
- meten en meetkunde
- verbanden
Het referentiekader beschrijft beheersingsniveaus van rekenen. Het kader geeft voor ieder niveau aan welke kennis en vaardigheden erbij horen. Het referentiekader rekenen bestrijkt alle onderwijsjaren/groepen op onze school.
Duidelijke, doorlopende leerlijnen rekenen en wiskunde beschrijven de weg die leerlingen afleggen bij het leren van rekenen en wiskunde.

Rekenen in Alfa-groep

Taal en rekenen zijn van groot belang om goed mee te kunnen doen in onze samenleving. Het is een taak van elke school om alle leerlingen goed te leren rekenen. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om de zorg in het rekenonderwijs beter af te stemmen op alle leerlingen. De hoofdmethode in deze groep is Startrekenen Instap - Rekenen tot 100. Deze methode is ontwikkeld voor leerlingen van 12 jaar en ouder met een zeer beperkte rekenvaardigheid. In Startrekenen ligt de nadruk op begripsvorming en het leren toepassen van de basisvaardigheden van rekenen. Elk hoofdstuk introduceert de rekenvaardigheid aan de hand van herkenbare situaties. Daarna worden de leerlingen begeleid van concreet naar formeel rekenen. Tot slot oefent de leerling met 'kale' sommen. Naast deze methode wordt er gebruik gemaakt van online-programma's zoals Rekenen voor Anderstaligen. Belangrijk is dat de leerlingen hun rekenvaardigheden voordurent blijven gebruiken. Rekenen moet je oefenen, net als taal.

Rekenen in de Start-groepen

Rekenen als vak wordt steeds taliger. Na de instroom-toets ligt de nadruk in het begin vooral op het aanleren van rekenwoorden, middels een rekenmethode voor anderstaligen. De belangrijkste methode is Deviant, maar daarnaast worden ook andere methodes gebruikt, uit zowel primair als voortgezet onderwijs, om variatie te bieden of specifieke onderdelen in te oefenen. Iedereen werkt op zijn eigen niveau. Hoewel in de startersgroepen natuurlijk iedereen beginnende taal-leerder is, zijn de verschillen in niveau en tempo groot.

Rekenen in de V-groepen

Rekenen en wiskunde komen aan bod in een breed scala aan schoolvakken. Een team in een school kan hiervan gebruik maken en delen van hun leerplan rekenen en/of wiskunde 'uitbesteden' aan andere vakken. Naast het gebruik van diverse methodes en lesmateriaal is Startrekenen de hoofdmethode die een bijdrage levert aan het bereiken van het gewenste rekenniveau voor alle leerlingen na het basisonderwijs. De methodegebonden hoofdstuk- en domeintoetsen worden aangeboden op 1F, 2F en 3F niveau. De leerlingen volgen hun eigen leertraject en werken op hun eigen niveau. 

Rekenen in de MBO schakelgroep

De leerlingen met een MBO uitstroomperspectief maken gebruik van de methode Nu Rekenen 1F/2F en Moderne Wiskunde Rekenen 2F. Op het moment dat ze aan rekentoets toe zijn, worden ze aangemeld voor een IVIO rekenexamen. 

Rekenen voor leerlingen die uitstromen naar Regulier Voortgezet Onderwijs

De leerlingen die naar het reguliere VO onderwijs gaan uitstromen, dienen op het gebied van wiskunde kennis en vaardigheden te hebben. Aangezien de groepen veelal samengesteld worden op basis van het niveau Nederlands dat de leerlingen beheersen, zijn de niveauverschillen binnen de groepen voor dit vak vaak erg groot. Differentiëren is dan ook van groot belang. De gebruikte methoden komen uit zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs en sluiten aan bij de methode die gebruikt wordt op de school waar de leerlingen naar toe instromen. De docenten stellen de individuele leerprogramma's samen, waarbij er ook rekening gehouden wordt met de kennisniveauverschillen van rekenen, wiskunde, Nederlands en het verwachte instroomniveau van de toekomstige school.