Doelgroepen

Het onderwijs staat open voor:

  • leerplichtige nieuwkomers met een verblijfsstatus voor langere duur zoals: gezinsherenigers, kinderen van buitenlandse werknemers, EU ingezetenen et cetera;
  • leerplichtige nieuwkomers met een vluchtelingen status;
  • niet-leerplichtigen die na hun inburgering hun taalniveau willen verbeteren om hun kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren.
  • niet-leerplichtigen die hoog opgeleid naar Nederland komen en een hoog niveau Nederlands nodig hebben om hun beroep uit te kunnen oefenen of aanvullende studie te volgen. Hierbij gaat het dus nadrukkelijk niet om inburgeringscursussen, waarvan het eindniveau niet aansluit op de eisen die het onderwijs c.q. bedrijfsleven (voor hogere functies) stelt aan de kennis van het Nederlands, te weten staatsexamen I (MBO niveau) of II (HBO en WO) . Deze leerlingen volgen veelal een aangepast programma waarbij een groter beroep wordt gedaan op zelfwerkzaamheid;
  • jongeren die van de basisschool komen en pas een paar jaar in Nederland zijn, hebben vaak nog niet alle vaardigheden in het Nederlands in huis om in het VO een goede start te maken. Vanwege de taalachterstand worden ze vaak in te lage niveaus geplaatst die niet passen bij hun cognitieve vermogens. 

Het onderwijs staat open voor:

  • leerplichtige nieuwkomers met een verblijfsstatus voor langere duur zoals: gezinsherenigers, kinderen van buitenlandse werknemers, EU ingezetenen et cetera;
  • leerplichtige nieuwkomers met een vluchtelingen status;
  • niet-leerplichtigen die na hun inburgering hun taalniveau willen verbeteren om hun kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren.
  • niet-leerplichtigen die hoog opgeleid naar Nederland komen en een hoog niveau Nederlands nodig hebben om hun beroep uit te kunnen oefenen of aanvullende studie te volgen. Hierbij gaat het dus nadrukkelijk niet om inburgeringscursussen, waarvan het eindniveau niet aansluit op de eisen die het onderwijs c.q. bedrijfsleven (voor hogere functies) stelt aan de kennis van het Nederlands, te weten staatsexamen I (MBO niveau) of II (HBO en WO) . Deze leerlingen volgen veelal een aangepast programma waarbij een groter beroep wordt gedaan op zelfwerkzaamheid;
  • jongeren die van de basisschool komen en pas een paar jaar in Nederland zijn, hebben vaak nog niet alle vaardigheden in het Nederlands in huis om in het VO een goede start te maken. Vanwege de taalachterstand worden ze vaak in te lage niveaus geplaatst die niet passen bij hun cognitieve vermogens.