Zorg

Voelt een leerling zich lekker in zijn vel dan presteert hij of zij beter en heeft daarmee meer perspectief. Het is daarom begrijpelijk dat de begeleiding van de individuele leerling een belangrijke plaats inneemt binnen onze afdeling. Migreren van het ene land naar het andere geeft een hoge stressfactor in de beleving van onze jongeren. Het valt niet mee om je aan te passen aan al die vreemde gewoonten en gebruiken en daarnaast een nieuwe taal te leren. Daar komt vaak nog bij dat veel van onze jongeren alleenstaand zijn en dus hier geen ouders hebben om hen te helpen met hun dagelijkse problemen. Als je daar dan nog de onzekere situatie rond verblijfsvergunningen in Nederland bij wordt opgeteld, dan is het begrijpelijk dat een gedegen zorgstructuur voor een effectieve leerlingbegeleiding onontbeerlijk is. Wij hebben deze structuur als volgt opgezet.
Voelt een leerling zich lekker in zijn vel dan presteert hij of zij beter en heeft daarmee meer perspectief. Het is daarom begrijpelijk dat de begeleiding van de individuele leerling een belangrijke plaats inneemt binnen onze afdeling. Migreren van het ene land naar het andere geeft een hoge stressfactor in de beleving van onze jongeren. Het valt niet mee om je aan te passen aan al die vreemde gewoonten en gebruiken en daarnaast een nieuwe taal te leren. Daar komt vaak nog bij dat veel van onze jongeren alleenstaand zijn en dus hier geen ouders hebben om hen te helpen met hun dagelijkse problemen. Als je daar dan nog de onzekere situatie rond verblijfsvergunningen in Nederland bij wordt opgeteld, dan is het begrijpelijk dat een gedegen zorgstructuur voor een effectieve leerlingbegeleiding onontbeerlijk is. Wij hebben deze structuur als volgt opgezet.
Eerste lijn

De mentor
Wanneer een jongere bij ons op school komt wordt er gekeken naar zijn of haar niveau Nederlands en volgt plaatsing in een groep. Daar komt hij in aanraking met zijn klassenmentor. De klassenmentor is de spil van de leerlingbegeleiding binnen de eerste lijn. De mentor geeft veel lessen in zijn eigen groep, zodat hij de leerlingen goed leert kennen en er een vertrouwensband ontstaat. Als een jongere dan problemen heeft op didactisch, pedagogisch of sociaal-emotioneel gebied dan klopt hij als eerste aan bij zijn mentor. Ook andersom houdt de mentor zijn jongeren in de gaten en zodra hij merkt dat een jongere niet lekker “draait” op school zal hij een gesprek aanknopen en onderzoeken wat er aan de hand is en hoe hij eventueel kan helpen.
Met behulp van observatie- en signaleringslijsten, die de mentor regelmatig invult van iedere leerling, kan hij ook makkelijk signaleren wanneer de jongere dreigt vast te lopen. Zijn de problemen overzichtelijk en bekend dan kan hij zelf een plan maken om de leerling beter te begeleiden en dit dan mededelen aan de andere docenten die eveneens in zijn groep lesgeven. Hij kan ook besluiten de jongere te bespreken tijdens de leerling-bespreking met hele team. Vervolgens heeft hij dan nog de mogelijkheid om de hulp in te roepen van de zorgcoördinator om samen een specifiek handelingsplan op te stellen, of de jongere eventueel doorverwijzen naar de derde lijn. Aan de basis hiervan ligt altijd een HGPD.
De mentor onderhoudt ook contact met de ouders over schoolvorderingen en doorstroming.

De vakdocent
Een vakdocent stimuleert en signaleert. Met zijn observaties en signalen gaat hij naar de mentor. Zo werken alle betrokkenen samen om een stevig vangnet te vormen rond onze jongeren.
De mentor
Wanneer een jongere bij ons op school komt wordt er gekeken naar zijn of haar niveau Nederlands en volgt plaatsing in een groep. Daar komt hij in aanraking met zijn klassenmentor. De klassenmentor is de spil van de leerlingbegeleiding binnen de eerste lijn. De mentor geeft veel lessen in zijn eigen groep, zodat hij de leerlingen goed leert kennen en er een vertrouwensband ontstaat. Als een jongere dan problemen heeft op didactisch, pedagogisch of sociaal-emotioneel gebied dan klopt hij als eerste aan bij zijn mentor. Ook andersom houdt de mentor zijn jongeren in de gaten en zodra hij merkt dat een jongere niet lekker “draait” op school zal hij een gesprek aanknopen en onderzoeken wat er aan de hand is en hoe hij eventueel kan helpen.
Met behulp van observatie- en signaleringslijsten, die de mentor regelmatig invult van iedere leerling, kan hij ook makkelijk signaleren wanneer de jongere dreigt vast te lopen. Zijn de problemen overzichtelijk en bekend dan kan hij zelf een plan maken om de leerling beter te begeleiden en dit dan mededelen aan de andere docenten die eveneens in zijn groep lesgeven. Hij kan ook besluiten de jongere te bespreken tijdens de leerling-bespreking met hele team. Vervolgens heeft hij dan nog de mogelijkheid om de hulp in te roepen van de zorgcoördinator om samen een specifiek handelingsplan op te stellen, of de jongere eventueel doorverwijzen naar de derde lijn. Aan de basis hiervan ligt altijd een HGPD.
De mentor onderhoudt ook contact met de ouders over schoolvorderingen en doorstroming.

De vakdocent
Een vakdocent stimuleert en signaleert. Met zijn observaties en signalen gaat hij naar de mentor. Zo werken alle betrokkenen samen om een stevig vangnet te vormen rond onze jongeren.
Tweede lijn

De zorgcoördinator
Zijn er problemen met een leerling die de mentor niet zelf op kan lossen dan roept hij de hulp in van de zorgcoördinator. Deze kan zelf een handelingsplan maken samen met de mentor of het probleem bespreken in het Zorg Advies Team van de school, of in het multidisciplinaire overleg met het AMA-team, Nidos en de Medische Opvang van de AZC's in Echt en Baexem. De zorgcoördinator neemt zitting in al deze overlegorganen en koppelt gemaakte handelingsafspraken terug naar de mentor, die dan op zijn beurt de vakdocenten weer kan inlichten. Al deze afspraken worden genotuleerd en digitaal vastgelegd en zijn in te zien voor alle betrokken docenten.

De remedial teacher
Heeft een jongere problemen met de leerstof dan kan de hulp van de RT-er ingeroepen worden. Deze kan samen met de docent een handelingsplan opzetten, of het probleem binnen het ZAT-team bespreken en vervolgens handelingsafspraken maken, die worden teruggeschakeld naar de docenten. Zo nodig kan individuele hulp gegeven worden. De begeleiding op didactisch gebied wordt op maat gesneden. Na verloop van tijd worden de handelingsafspraken tussen betrokken partijen geëvalueerd en eventueel bijgesteld.

De counselor
Heeft een jongere sociaal-emotionele problemen waardoor het leerproces op school stagneert dan kan hij of zij terecht bij de counselor op school. Aanmelding voor counseling gebeurt meestal via de mentor en door de leerling zelf. De counselor bepaalt samen met de jongere tijdens een intakegesprek welke hulpvragen er precies liggen. Hierna doet de counselor een voorstel aan de jongere over de manier waarop de begeleiding kan plaatsvinden. Samen kijken ze dan regelmatig naar de oorspronkelijke hulpvragen en bespreken welke vorderingen er ondertussen zijn gemaakt. De begeleiding bestaat uit het voeren van (therapeutische) gesprekken, praktische oefeningen en hulp bij dagelijkse problemen.

Het Zorg Advies Team
De zorgcoördinator/ counselor, RT-er en nog een mentor vormen samen het ZAT-team op school. Ze komen regelmatig bij elkaar om het Zorgbeleid binnen de school te bespreken en bij te stellen en om de zorgleerlingen te bespreken. Binnen het ZAT-team wordt afgesproken over het “wie, wat en hoe van de zorgverlening” Na een tijdje wordt dan gekeken of de gemaakte afspraken effect hebben en de leerling beter meedraait in de groep. Is dit niet het geval dan moeten er nieuwe afspraken worden gemaakt. Soms is het nodig om andere instanties in te roepen voor een adequate hulpverlening.
De zorgcoördinator
Zijn er problemen met een leerling die de mentor niet zelf op kan lossen dan roept hij de hulp in van de zorgcoördinator. Deze kan zelf een handelingsplan maken samen met de mentor of het probleem bespreken in het Zorg Advies Team van de school, of in het multidisciplinaire overleg met het AMA-team, Nidos en de Medische Opvang van de AZC's in Echt en Baexem. De zorgcoördinator neemt zitting in al deze overlegorganen en koppelt gemaakte handelingsafspraken terug naar de mentor, die dan op zijn beurt de vakdocenten weer kan inlichten. Al deze afspraken worden genotuleerd en digitaal vastgelegd en zijn in te zien voor alle betrokken docenten.

De remedial teacher
Heeft een jongere problemen met de leerstof dan kan de hulp van de RT-er ingeroepen worden. Deze kan samen met de docent een handelingsplan opzetten, of het probleem binnen het ZAT-team bespreken en vervolgens handelingsafspraken maken, die worden teruggeschakeld naar de docenten. Zo nodig kan individuele hulp gegeven worden. De begeleiding op didactisch gebied wordt op maat gesneden. Na verloop van tijd worden de handelingsafspraken tussen betrokken partijen geëvalueerd en eventueel bijgesteld.

De counselor
Heeft een jongere sociaal-emotionele problemen waardoor het leerproces op school stagneert dan kan hij of zij terecht bij de counselor op school. Aanmelding voor counseling gebeurt meestal via de mentor en door de leerling zelf. De counselor bepaalt samen met de jongere tijdens een intakegesprek welke hulpvragen er precies liggen. Hierna doet de counselor een voorstel aan de jongere over de manier waarop de begeleiding kan plaatsvinden. Samen kijken ze dan regelmatig naar de oorspronkelijke hulpvragen en bespreken welke vorderingen er ondertussen zijn gemaakt. De begeleiding bestaat uit het voeren van (therapeutische) gesprekken, praktische oefeningen en hulp bij dagelijkse problemen.

Het Zorg Advies Team
De zorgcoördinator/ counselor, RT-er en nog een mentor vormen samen het ZAT-team op school. Ze komen regelmatig bij elkaar om het Zorgbeleid binnen de school te bespreken en bij te stellen en om de zorgleerlingen te bespreken. Binnen het ZAT-team wordt afgesproken over het “wie, wat en hoe van de zorgverlening” Na een tijdje wordt dan gekeken of de gemaakte afspraken effect hebben en de leerling beter meedraait in de groep. Is dit niet het geval dan moeten er nieuwe afspraken worden gemaakt. Soms is het nodig om andere instanties in te roepen voor een adequate hulpverlening.
Derde lijn

Is er meer expertise nodig om een probleem bij een leerling op te lossen dan de school in huis heeft dan komt de derde lijn in beeld. Na overleg in het ZAT, met de ouders of voogd, en de jongere zelf kunnen we de hulp inroepen van het RIAGG, Algemeen Maatschappelijk Werk, Jeugdzorg, Leerplicht Ambtenaar, de JGZ of een gedragsdeskundige. Met hen worden handelingsafspraken gemaakt die worden teruggekoppeld naar het ZAT-team en vervolgens naar de betrokken mentor en docenten.
Is er meer expertise nodig om een probleem bij een leerling op te lossen dan de school in huis heeft dan komt de derde lijn in beeld. Na overleg in het ZAT, met de ouders of voogd, en de jongere zelf kunnen we de hulp inroepen van het RIAGG, Algemeen Maatschappelijk Werk, Jeugdzorg, Leerplicht Ambtenaar, de JGZ of een gedragsdeskundige. Met hen worden handelingsafspraken gemaakt die worden teruggekoppeld naar het ZAT-team en vervolgens naar de betrokken mentor en docenten.